(Levens)Verhalen


Treffers 1 t/m 38 van 38     » Klikplaatjes-overzicht

   

 #   Klikplaatje   Beschrijving   Verbonden met 
1

 
 
2
Bombardement van Hillegersberg waarbij Gerrit en Sibilia van Driel omkwamen (1941)
Bombardement van Hillegersberg waarbij Gerrit en Sibilia van Driel omkwamen (1941)
Zeventig jaar geleden, op 3 oktober 1941, hebben Engelse bommenwerpers een nachtaan- val uitgevoerd op Rotterdam. Die avond stegen om 19.50 uur 103 Wellingtons op van vlieg- velden in ZO-Engeland. Drie en dertig koersten naar Rotterdam. Twintig Wellingtons hadden opdracht industrie rond haven- complexen in Rotterdam-West te bombarderen. De overige dertien vliegers concentreerden zich op fabrieken in Rotterdam- Zuid. De weersomstandigheden waren ideaal voor deze aanval, helder weer en weinig wind.

Hoewel militair succesvol eiste deze aanval de enorme tol van 106 bur- gerslachtoffers. Diverse woonwijken in Rotterdam-West, Zuid en Noord werden zwaar getroffen. In dit artikel wil ik me richten op Rotterdam-Noord waar één van de bommen neerkwam op een woning van het Lisplein nr. 30. Het gemeentearchief vermeldt ook dit adres en noemt daarbij ook de Gordelweg (achterkant panden). Op Lisplein 30 woonde destijds de familie Van Driel, bestaande uit twee broers en drie zusters, allen onge- trouwd. Op de avond van 3 oktober 1941 waren er twee broers en twee zusters thuis. Rond 22.00 uur hoorde men bommenwerpers overvliegen en Gerrit van Driel ging naar boven om op het balkon naar de vliegtuigen te kijken. Op dat moment sloeg een blindganger in aan de achterzijde van het huis. Een geweldige klap, het licht viel uit, stof en puin kwamen omlaag en daarna de stilte…! Sibilla en Maartje waren door rondvliegende scherven zwaar gewond, maar nog wel in leven. Maarten van Driel bevond zich op dat moment in de voorkamer en werd daardoor niet geraakt. Nadat hij naar zijn zusters had omgekeken probeerde hij door alle puin heen naar de trap te lopen om te zien of Gerrit nog in leven was. Maar er kwam geen reactie. Gerrit en Sibilla kwamen bij dit bombardement om en Maartje heeft op het randje van de dood gelegen maar is in leven gebleven. De nacht na het bombarde- ment was er niemand in huis. Dieven en plunderaars hebben toen hun kans gegrepen. Naast de schok en alle verdriet vanwege de dood van ge- liefden komt dat er ook nog eens bij. Aan dit gelukkige gezinsleven kwam abrupt een einde en de overgebleven familieleden trokken in bij familie in Hillegersberg. Getrouwd Het leven van Maarten van Driel heeft hierdoor een nieuwe wending gekregen. Hij ontmoette in Hillegers- berg Diderica van Noordwijk, met wie hij in 1944 is getrouwd. Zij gingen wonen op Gordelweg 72c, slechts een paar huizen verwijderd van de plek waar het bombardement had plaatsge- vonden. Daar werd in 1945 hun eerste zoon Gerrit geboren en in 1946 volg- de ondergetekende. In 1954 verhuisde de familie Van Driel naar Gordelweg 73b waar ze meer dan 40 jaar hebben gewoond. Maarten van Driel (mijn vader) heeft nooit veel gesproken over dit familiedrama. Ik weet dat het een onuitwisbare indruk op hem heeft gemaakt en dat hij het zijn hele leven heeft meegedragen. Toen hij ouder was, werd dit thema echter regelmatig aangehaald en niet zonder emotie. Bij het opgroeien leerde ik mijn oom Gerrit en tante Sibilla kennen van de foto’s op de schoorsteenmantel en van de verhalen. De namen Gerrit en Sibilla zijn behouden gebleven en leven in onze familie voort. Het is een stukje geschiedenis dat velen, die daar nu in de omgeving wonen, niet zullen kennen. Wellicht zijn er nog enkele mensen die van dit bombardement weten. Deze ach- tergrond heeft in mijn persoonlijke geschiedenis altijd een bijzondere rol gespeeld. Om die reden wil ik het graag aan de vergetelheid ontrukken zodat het vastligt in de oorlogshistorie van Rotterdam. Bernard van Driel, Westmaas. Bronnen: Gemeente Archief Rotterdam / Rotterdams Dagblad 27 mei 1995 
 
3
I7453 Overlijdensbericht (obituary).
I7453 Overlijdensbericht (obituary).
 
 
4
Kommer van Trigt
1875-1964, Sociaal-democratisch wethouder en Statenlid
Kommer van Trigt 1875-1964, Sociaal-democratisch wethouder en Statenlid
Kommer van Trigt werd op 8 mei 1875 in het Zuid-Hollandse Zuidland geboren. Hij was een zoon van de brievenbesteller Kommer van Trigt en de ongehuwde moeder zonder beroep Teuna Stok. In 1879 werd hij bij het huwelijk van zijn ouders gewettigd. Op 25 januari 1905 trad Van Trigt te ’s-Gravenhage in het huwelijk met de 32-jarige weduwe Annechien van der Veen, die op 8 november 1873 te Finsterwolde (Groningen) was geboren en van januari 1919 tot september 1923 deel uitmaakte van de Apeldoornse gemeenteraad. Het echtpaar Van Trigt had twee kinderen. Kommer van Trigt overleed op 9 april 1964 te Apeldoorn.
http://www.historici.nl/media/bwg/images/3/-049.jpg
Wethouder Kommer van Trigt. Detail van een foto van het Apeldoornse college van B en W in 1928 in R.M. Kemperink e.a. (red.),
Kommer van Trigt kwam uit een groot, Nederlandshervormd gezin. Op vijftienjarige leeftijd vertrok hij naar Rotterdam om timmerman te worden. Al jong voelde hij zich aangetrokken door het opkomend socialisme. Toen hij enige jaren later als jong timmerman naar Scheveningen ging, richtte hij daar een afdeling van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) op. Spoedig daarna werd hij voorzitter van het afdelingsbestuur in Den Haag. In verband met de gezondheidstoestand van een van zijn kinderen besloot Van Trigt zich in een bosrijke omgeving te vestigen. De keuze viel op Apeldoorn.

Op 29 augustus 1910 vestigde Kommer van Trigt zich in Apeldoorn. In zijn nieuwe woonplaats zette hij zich in voor de belangen van de arbeider. Van Trigt werd bij de gemeenteraadsverkiezing van 19 juli 1917 als eerste ‘rood’ raadslid in de overwegend christelijke, rechtse gemeenteraad van Apeldoorn gekozen. ’s Avonds werd de net gekozen Van Trigt, na afloop van een kleine optocht door het centrum van Apeldoorn, in gebouw Concordia onder het zingen van socialistische strijdliederen toegejuicht en gelukgewenst. Van Trigt stelde bij die gelegenheid dat het egoïsme uit de samenleving moest verdwijnen en dat de druk op de arbeidende klasse moest verminderen. Hij vond dat het belangrijkste doel van de sociaal-democraten. In de raadsvergadering van 4 september 1917 – de vergadering waarin Van Trigt als raadslid werd geïnstalleerd – profileerde hij zich al heel nadrukkelijk. Toen de wethoudersverkiezing aan de orde kwam, riep hij de raadsleden op niet op wethouderskandidaat Kerkhoven te stemmen, omdat deze arbeidersvijandig was en de gewoonte had onderwijssollicitanten te vragen of ze lid waren van de SDAP.

In de gemeenteraad hield Van Trigt zich vooral bezig met de aanpak van de voedselvoorziening en de gevolgen van de naoorlogse werkloosheid. Bij de gemeenteraadsverkiezing van 1919 kwam de SDAP in Apeldoorn als grote overwinnaar uit de bus. De partij ging van één naar acht zetels en lijstaanvoerder Van Trigt werd met tweeëntwintig tegen drie stemmen tot wethouder gekozen. In het college van Burgemeester en Wethouders kreeg hij de portefeuille van Sociale Zaken toebedeeld. In hetzelfde jaar 1919 ging hij tevens deel uitmaken van de Provinciale Staten van Gelderland.

In zijn hoedanigheid als wethouder van Sociale Zaken kreeg Van Trigt te maken met de grote werkloosheid na de Eerste Wereldoorlog. Van Trigt had daar zijn mening over. Werkloosheid, aldus Van Trigt, was een ongewilde situatie die meestal buiten de schuld van de werkloze was ontstaan. De werkloze had daar geen invloed op. De samenleving wel. Deze had dan ook de plicht om in tijden van werkloosheid voorzieningen te treffen die ervoor zorgden dat de werkloze zo normaal mogelijk kon blijven leven. De gemeente had in dit proces een eigen verantwoordelijkheid, uiteraard daarbij gesteund door het Rijk. Deze stellingname en vooral de verplichting om het levenspeil zo normaal mogelijk te houden, bracht Van Trigt herhaalde malen in conflict met rijks- en gemeentebestuurders. Hij prefereerde een werkloosheidsverzekering boven werkverschaffing. De arbeiders moesten volgens Van Trigt desnoods gedwongen worden lid te worden van een bond. Voor diegenen die dat niet deden of niet konden, was er een tijdelijke werkverschaffing, maar dan tegen lagere lonen dan de uitkeringen via de werklozenkas. Geen aantrekkelijk alternatief. De georganiseerde arbeider werd bevoorrecht. Van Trigt vond dat de opvang van de werkloze een taak van de overheid was en wilde de mogelijkheden die de gemeente had, zo optimaal mogelijk benutten.

Na zijn aantreden als wethouder Sociale Zaken trad Apeldoorn toe tot het Rijkswerkloosheidsbesluit 1917 en daarmee nam de gemeente deel aan een rijksregeling waarbij rijk en gemeente samen de werklozenkassen van de vakorganisaties gingen subsidiëren. De kosten kon de gemeente op het Rijk verhalen. Verder werd er een adviescommissie voor de werkverschaffing geïnstalleerd en werd de particuliere arbeidsbeurs een gemeentelijke instelling. Van Trigt bundelde bovendien allerlei werkzaamheden op het terrein van sociale zaken die tot dan toe ressorteerden onder de afdeling gemeentesecretarie en bracht ze vervolgens onder bij de dienst Sociale Zaken. De gemeente kreeg zodoende naast een veel vastere greep op de arbeidsbemiddeling en de werkloosheidsverzekering ook een betere kijk op de dagelijkse situatie van de arbeidende klasse in Apeldoorn. In de raad werd wel eens gezegd dat Van Trigt door dat samenbrengen van allerlei gemeentelijke diensten bezig was een soort ‘Wibautje’ te spelen. Uiteindelijk werd zijn voorstel door de gemeenteraad aanvaard. Een ander wapen tegen de werkloosheid was volgens Van Trigt het geven van loonsubsidies aan bedrijven waar ontslagen dreigden. Deze maatregel kostte de gemeente minder doordat de bestaande werkgelegenheid binnen de gemeente behouden bleef.

Naast lof kreeg Van Trigt ook veel kritiek te horen. Zijn sociaal beleid kostte Apeldoorn veel geld. In 1919 waren de kosten voor de gemeente bijna 78.000 gulden en in 1923 bedroegen ze ruim 600.000 gulden. Van Trigt stelde hiertegenover dat middels de werkverschaffing werken van blijvend nut uitgevoerd werden met gemeentegelden die zodoende uitermate productief gemaakt werden. Daarnaast, zo vond Van Trigt, deed de plaatselijke overheid iets aan een probleem dat buiten de schuld van de werkloze tot stand gekomen was. Op 4 december 1919 nam de gemeenteraad het advies van de commissie voor de gemeentelijke werkverschaffing aan. In wezen werd dit advies de basis voor het latere sociaal beleid van Apeldoorn. Maar de kritiek op de alsmaar stijgende kosten bleef.

Bij de gemeenteraadsverkiezing van 21 mei 1923, waarbij het aantal raadszetels was uitgebreid van 25 naar 29 zetels, kreeg de raad door het verlies van de socialisten weer een rechtse meerderheid. Enkele dagen later was er een grote partijbijeenkomst van de SDAP in gebouw Tivoli. Daar waarschuwde Van Trigt wat er zou gaan gebeuren als rechts zijn zin zou krijgen. Op 26 juli werd in een wel zeer luidruchtige raadsvergadering (met op de publieke tribune werklozen die door Van Trigt waren aangemoedigd de vergadering bij te wonen) het voorstel om de lonen van de werkers in de werkverschaffing te verlagen aanvaard. In de septemberraad had na de installatie van de nieuwe raadsleden de wethoudersverkiezing plaats. Toen Van Trigt niet als wethouder herkozen dreigde te worden, ging hij tekeer tegen de gevolgde stemprocedure, waarin hij, zoals hij dat nadrukkelijk stelde, geen vertrouwen kon stellen. Het door de burgemeester benoemde stembureau bestond immers uit drie leden van één en dezelfde rechtse fractie en Van Trigt suggereerde dat hij derhalve niet op het nakomen van gemaakte afspraken zou kunnen rekenen. Ook vond hij dat de nu gekozen wethouders onrechtmatig en op een “nietoirbare wijze” gekozen waren en dat de oppositie niet zou meewerken aan de samenstelling van de gemeentelijke beleidscommissies. In diezelfde raadsvergadering lag Van Trigt nog meer dwars. Hij liet de raad over allerlei hamerstukken schriftelijk stemmen en duidde bij interrupties sommige raadsleden aan als farizeeër of judas, omdat zij zich niet gehouden hadden aan de voor de verkiezingen gemaakte afspraken.

In de raad van 15 november, twee maanden later, werd Van Trigt alsnog tot wethouder gekozen. Hij nam de portefeuille Openbare Werken over van Jhr. L.T. Texeira de Mattos, die om gezondheidsredenen ontslag had genomen. Opmerkelijk was dat Van Trigt in de novemberraad zich heel wat milder opstelde dan in de raad van september, toen hij zich voortdurend antirechts had opgesteld en de christelijke raadsleden nog voor onbetrouwbare individuen had uitgemaakt.

Als wethouder van Openbare Werken en in zijn hoedanigheid van bestuurslid en later directeur van de woningbouwvereniging De Goede Woning deed Van Trigt baanbrekend werk voor de sociale woningbouw in Apeldoorn. De Goede Woning streefde naar verbetering van de volkshuisvesting, niet alleen door middel van de bouw van goede woningen maar ook door het leggen van goede contacten met de bewoners. Dat laatste leidde weer tot een grotere saamhorigheid onder de bewoners.

In 1928 deed zich binnen de raadsfractie van de SDAP een afsplitsing voor. Binnen de fractie was een twist ontstaan tussen wethouder Van Trigt en fractieleider G. Stempher. De laatste beschuldigde Van Trigt ervan zich af te geven met rechtse partijclubs in Apeldoorn. Van Trigt verweet Stempher gebrek aan politiek inzicht te hebben. Het conflict spitste zich vooral toe op zaken als werkverschaffing en sociale woningbouw. In de raadsvergadering van 3 mei 1928 werd in een door de SDAP ingezonden verklaring meegedeeld dat Van Trigt niet langer als partijlid werd beschouwd. Van Trigt reageerde hierop door te stellen dat de kiezers hem al ruim twintig jaar hun stem en vertrouwen hadden gegeven. Hij voelde zich door zijn partijgenoten uit de partij geduwd. Zijn royement was naar zijn mening onrechtmatig. Van Trigt weigerde dan ook zijn zetel in de raad op te geven. Sedertdien trad hij tot het einde van zijn raadslidmaatschap in 1935 in de raad als Onafhankelijk Sociaal Democraat op, wat voortdurend tot botsingen met de SDAP-fractie leidde. Datzelfde gebeurde ook in de Provinciale Staten, waarvan Van Trigt tot 1931 lid was.

Dankzij zijn bestuurlijke ervaring en sociale belangstelling was Van Trigt meer dan veertig jaar bestuurslid van de Vereniging tot Bevordering van Nijverheidsonderwijs in Apeldoorn, waarbij het vakonderwijs zijn speciale belangstelling had. Deze laatste functie is hij tot zijn dood blijven vervullen.

Kommer van Trigt stond bekend als een bijzonder slagvaardig spreker en debater. Achter een zekere bravoure stak een sterke sociale bewogenheid. 
 
5
Levensverhaal Betje Levie en haar zoon Levie Cohen.
Levensverhaal Betje Levie en haar zoon Levie Cohen.
Levensverhaal Betje Levie en haar zoon Levie Cohen die samen een herberg hadden aan de Barakken en later de Ring. 
 
6
Levensverhaal familie Levie de Beer-Antje Levie.
Levensverhaal familie Levie de Beer-Antje Levie.
Levensverhaal familie Levie de Beer-Antje Levie.
Levie de Beer overleed in concentratiekamp Auschwitz. 
 
7
Levensverhaal gezin Jacob Hartogs en Betje Polak.
Levensverhaal gezin Jacob Hartogs en Betje Polak.
 
 
8
Levensverhaal Nathan Levie Wessels
Levensverhaal Nathan Levie Wessels
Levensverhaal Nathan Levie Wessels 
 
9
Levensverhaal Pinas Bennis
Levensverhaal Pinas Bennis
Levensverhaal Pinas Bennis en Grietje de Groot. 
 
10
Levensverhaal van Andries van Dijk en Louise Stibbe.
Levensverhaal van Andries van Dijk en Louise Stibbe.
Levensverhaal van Andries van Dijk en Louise Stibbe. Vrijwel hun gehele familie is in de concentratiekampen omgekomen. 
 
11
Levensverhaal van Ascher Sterner en Schoontje Soesman.
Levensverhaal van Ascher Sterner en Schoontje Soesman.
 
 
12
Levensverhaal van de familie Benjamin van Dijk en Fietje Levie.
Levensverhaal van de familie Benjamin van Dijk en Fietje Levie.
Ben en Fietje van Dijk (Levie) en twee van hun drie kinderen kwamen om in de concentratiekampen van de Nazi's. Alleen de jongste zoon van dit gezin, Meijer van Dijk overleefde de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog. 
 
13
Levensverhaal van de familie Salomon van Lee.
Levensverhaal van de familie Salomon van Lee.
De familie Van Lee woonde aan het Hoofd 28, voordat zij in 1835 vertrokken uit Zuidland, naar Oud-Beijerland en later Rotterdam. 
 
14
Levensverhaal van Eliazer (Eli) Levie, Saartje Levie en Mietje Levie.
Levensverhaal van Eliazer (Eli) Levie, Saartje Levie en Mietje Levie.
 
 
15
Levensverhaal van Eliazer Levie
Levensverhaal van Eliazer Levie
 
 
16
Levensverhaal van Eliazer Olman (Loos).
Levensverhaal van Eliazer Olman (Loos).
De naam Loos Olman werd verbonden aan het slop dat naast zijn huis op het Hoofd naar de Gooidijk (nu Stationsweg) loopt. In de volksmond werd dat het Slop van Loos, Rondom Loos of Achter Loos.  
 
17
Levensverhaal van Gustave Emanuel Julius (Maan) Levie
Levensverhaal van Gustave Emanuel Julius (Maan) Levie
Flierefluiter en levensgenieter. 
 
18
Levensverhaal van Henri van Dijk en Saartje Levie en hun kinderen Andries van Dijk (en zijn vrouw Simone Selma de Beer) en Bethje Louise Hester van Dijk.
Levensverhaal van Henri van Dijk en Saartje Levie en hun kinderen Andries van Dijk (en zijn vrouw Simone Selma de Beer) en Bethje Louise Hester van Dijk.
Alle gezinsleden zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog in de kampen van de Nazi's omgekomen. 
 
19
Levensverhaal van Isedoor, Louis, Max en Betje Lezer-van Dijk.
Levensverhaal van Isedoor, Louis, Max en Betje Lezer-van Dijk.
Vrijwel het gehele zin is in de concentratiekampen van Polen om het leven gebracht. Alleen zoon Louis met zijn vrouw hebben de oorlog overleefd. 
 
20
Levensverhaal van Izaak Wessels-Antje van Dijk.
Levensverhaal van Izaak Wessels-Antje van Dijk.
Vier leden van dit gezin zijn omgekomen in concentratiekampen van de Nazi's. Alleen de jongste dochter, Carla, heeft de oorlog overleeft. 
 
21
Levensverhaal van Jacob (Jaap) Levie
Levensverhaal van Jacob (Jaap) Levie
Jaap Levie was 91 jaar toen hij in Auschwitz werd vermoord. 
 
22
Levensverhaal van Karel Sterner.
Levensverhaal van Karel Sterner.
 
 
23
Levensverhaal van Levi Salomon en Betje Bennis/Pinas.
Levensverhaal van Levi Salomon en Betje Bennis/Pinas.
De kinderen van Levi en Betje hebben ieder op zijn/haar manier het Joodse gezicht van Zuidland bepaald 
 
24
Levensverhaal van Levie Nathan Wessels en Saartje Salomon Levie.
Levensverhaal van Levie Nathan Wessels en Saartje Salomon Levie.
 
 
25
Levensverhaal van Levie Philippus Levie en Saartje Stad.
Levensverhaal van Levie Philippus Levie en Saartje Stad.
 
 
26
Levensverhaal van Levie Pinas Levie en Bethtje Wessels (eerste huwelijk) en Hester van Emden (tweede huwelijk).
Levensverhaal van Levie Pinas Levie en Bethtje Wessels (eerste huwelijk) en Hester van Emden (tweede huwelijk).
Levie Pinas Levie woonde het grootste deel van zijn in de Barakken. 
 
27
Levensverhaal van Meijer Levie
Levensverhaal van Meijer Levie
Meijer Levie wist deportatie te voorkomen door zijn gemengde huwelijk en door het verkrijgen van diverse geloofsdocumenten. 
 
28
Levensverhaal van Meijer Levie
Levensverhaal van Meijer Levie
Zachtmoedige man die belangrijk was voor de Joodse gemeenschap in Zuidland. 
 
29
Levensverhaal van Moses Josephs Trijbits
Levensverhaal van Moses Josephs Trijbits
 
 
30
Levensverhaal van Nathan Pienas Levie.
Levensverhaal van Nathan Pienas Levie.
Nathan was de drijvende kracht achter de Synagoge in Zuidland (Breedstraat) 
 
31
Levensverhaal van Nathan Pinas Bennis
Levensverhaal van Nathan Pinas Bennis
Nathan Pinas Bennis, geboren in Duitsland rond 1770. Koopman en vleeshouwer van beroep.  
 
32
Levensverhaal van Philip(pus) Levie en Hendrika Hoogstraal
Levensverhaal van Philip(pus) Levie en Hendrika Hoogstraal
 
 
33
Levensverhaal van Phillippus Levie en Sara Cohen.
Levensverhaal van Phillippus Levie en Sara Cohen.
 
 
34
Levensverhaal van Pienas en Mina Levie.
Levensverhaal van Pienas en Mina Levie.
Woonden aan de Ring 2 in Zuidland. Het gehele gezin kwam om in de concentratiekampen. 
 
35
Levensverhaal van Pienas Levie en Antje Cohen (eerste huwelijk) en Sophia Olman (tweede huwelijk).
Levensverhaal van Pienas Levie en Antje Cohen (eerste huwelijk) en Sophia Olman (tweede huwelijk).
Pienas Levie was volgens de overlevering een van de kleurrijkste figuren van de Joodse gemeenschap in Zuidland. 
 
36
Levensverhaal van Salomon (Sallie) Levie.
Levensverhaal van Salomon (Sallie) Levie.
 
 
37
Levensverhaal van Samuel Mozes Philipse.
Levensverhaal van Samuel Mozes Philipse.
 
 
38
Simon Plooster passes beyond
Simon Plooster passes beyond
Was former Orange City Merchant - Funeral Saturday